Waarom het jeugdwerk niet groeit – en sportavonden zijn niet de reden!

Het is geen geheim.
Over het algemeen kunnen we stellen dat het aantal kerkbezoekers in de laatste decennia flink is afgenomen. Dit geldt daarmee automatisch ook voor onze jongeren.

De redenen die kerken hiervoor geven lopen overigens nogal eens uiteen:
Van:
“de sporttrainingen en wedstrijden zijn de reden waarom ze niet meer komen” (dit zou voor sommigen best wel een reden kunnen zijn om minder te komen, maar dit geldt natuurlijk niet voor al die tieners en jongeren die niet meer komen), en “Onze jeugd blijft weg omdat ouders hen niet stimuleren om te komen”.
Tot:
“De kerk is iets optioneels. Terwijl andere dingen, zoals bijv. sport, toewijding vereisen” en “De kerk moet gemakkelijk zijn; en voor sport moet je een offer brengen”. En anderen zeggen dat de school wél een prioriteit is en de kerk niet.

Waarom is het zo gemakkelijk om weg te blijven?

We zijn er dus heel goed in om allerlei externe factoren de schuld te geven van wat er niet goed gaat. Iets heel menselijks, maar niet altijd correct.

In plaats van de schuld te leggen bij sport, en ballet, en ouders, en de samenleving, en de scholen, en … vul maar in, zou het goed zijn als we als kerk eens intern gingen kijken en onszelf een aantal vragen stellen. Bijvoorbeeld:

‘Waarom is het zo gemakkelijk om weg te gaan / weg te blijven?’

‘Hoe hebben we een omgeving gecreëerd die de indruk heeft gewekt dat consistentie niet nodig is, dat toewijding optioneel is en dat de kerk, in het algemeen, iets is waar je je comfortabel bij mag en moet voelen?’

De 5 échte redenen waarom het jeugdwerk in je kerk niet groeit:

  1. De kerk als een evenement.
    Ooit iets gehoord wat klonk als dit: “Maak zondagmorgen het beste uur van hun week!” om pastors, jeugdwerkers en andere betrokkenen bij het jeugdwerk, zo goed mogelijk hun best te laten doen de zondagse dienst zo geweldig en gedenkwaardig te maken dat de jongeren niet kunnen wachten om de volgende zondag weer terug te komen.
    Een fantastisch nobel streven overigens hoor, maar het maakt wel dat we programma’s zijn gaan ontwikkelen die vooral een beroep doen op al onze zintuigen en niet perse een beroep doen op de groei van onze ziel en geest. Door dat wel te doen is het dus ook makkelijker om dit soort momenten te gaan gebruiken als ‘straf’. Want ja, dan balen ze dat niet kunnen. Maar willen we ze een fantastische zondagmorgen of vrijdagavond bezorgen? Of zijn onze intenties dieper? Willen we een cultuur van discipelschap creëren? Want daar ligt een wezenlijk verschil.

  2. De kerk als competitie.
    Onlangs las ik een artikel waarin het volgende stond: “Wanneer gaan we als kerk zien dat we niet hoeven te concurreren met de wereld om ons heen? Dat we niet kunnen concurreren met de wereld om ons heen? We hebben iets heel anders te bieden dan de wereld bied!”

    En het trof me zo. Dit is zó waar. Onze kerken, die vaak worden gefinancierd door haar leden of andere donaties, kunnen niet tegemoet komen aan dat wat concerten en films bieden. We kunnen niet concurreren met Instagram en Snapchat. We kunnen gewoonweg niet concurreren met campagnes en andere gestroomlijnde marketingplannen die miljoenen, soms zelfs miljarden, kosten. En dat hoeven we ook niet! Het is geen wedstrijd!

We concurreren niet met de wereld en ook niet met elkaar. wij hebben Jezus, gemeenschap en de Waarheid. Dat is geen wedstrijd.

  1. De kerk als gebouw.
    De geschiedenis van het woord ‘kerk’ is in de loop van de geschiedenis een beetje veranderd. Als we kijken naar het woord ‘kerk’ in het Nieuwe Testament dan zien we dat daar het woord ‘Ekklesia’ gebruikt wordt: ‘een bijeenkomst van geroepen mensen’.
    Naarmate de tijd vorderde, gingen we gebouwen bouwen waar deze groepen mensen hun bijeenkomsten in konden houden, waarschijnlijk omdat de woonkamers te klein werden voor deze groepen, en is het woord ‘kerk’ verschoven naar de betekenis ‘gebouw’. Als we elkaar vragen: ‘Ben je in de kerk geweest?’ Dan vragen we dus ‘Ben je naar het gebouw geweest?’

    Met ons verstand weten we dit waarschijnlijk allemaal wel. Maar als we dingen als ‘kerkbezoek’ bespreken, dan praten we dus over mensen in een gebouw in plaats van over mensen die in Ekklesia bij elkaar komen. En als we nieuwe mensen uitnodigen in de kerk, dan nodigen we ze uit naar ons gebouw, maar eigenlijk zouden we ze moeten uitnodigen in ons leven, want wij zijn de kerk. Als de kerk een gebouw is dan is het een makkie om één of twee weken te missen. Als de kerk een gemeenschap is, is het veel lastiger om weg te blijven.

  2. De kerk als generatie-scheidende plek.
    We zien elkaar niet, dus missen we elkaar niet. We kennen elkaars namen niet, en weten niet hoe ieders leven eruit ziet op andere momenten dan de zondagmorgen. Op deze manier kunnen we elkaar de rest van de week niet op de hoogte houden en vragen hoe het gaat.
    We bidden niet samen, en in sommige gevallen doen we zelfs de aanbidding niet samen. We delen onze levens niet.

    We kunnen tal van redenen noemen waarom dat goed, fijn, en het meest handig is, maar de realiteit is dat het consequenties heeft voor de gemeenschap. In de laatste jaren is duidelijk geworden dat het consequent scheiden van de verschillende generaties ertoe leid dat de gemeenschap instort. We hebben elkaar nodig – als lichaam van Christus. De jeugd heeft de oudere generaties nodig voor mentorschap en discipelschap.
  3. De kerk – de plek waar we geen antwoorden vinden
    Dat jongeren vragen en twijfels hebben is een feit. Net zo goed als wij zelf ook af en toe vragen kunnen hebben of twijfelen over bepaalde zaken. Twijfels en vragen zijn geen zaken die we zo snel mogelijk de kop in moeten drukken, ‘het is nu eenmaal zo, dus ja…dat is geloof’. En nee, ik begrijp ook heel goed dat we niet op alle vragen, direct, een antwoord hebben. Maar als wij vragen en twijfels van jongeren afdoen als onbelangrijk of een teken van ongeloof, dan bouwen we hen en hun geloofsleven hier niet mee op, we breken het eerder af. Ze leren dat zij geen antwoorden vinden bij de kerk – en dus in het geloof. Waardoor ze eerder geneigd zijn te twijfelen aan Gods grootheid en bestaan.
    Het is oké vragen te hebben, dat getuigt er namelijk van dat ze dingen onderzoeken; dieper over bepaalde zaken nadenken.
    Als een jongere met vragen of twijfels bij je komt, is dat voor jou de uitgelezen kans om het Evangelie te delen. En zoals ik al zei: je hebt niet overal, direct, een antwoord op. En dat hoeft ook helemaal niet – want je bent niet alwetend!
    Maar het slechtste wat je in zo’n geval kunt doen is: niets.

    Het beste wat je in zo’n geval kunt doen heeft betrekking op 5 makkelijke woorden:
    Ik weet het niet, maar
     ‘Laten we het uitzoeken’, ‘Laten we samen eens Googelen hoe dat zit’, ‘Laten we eens kijken wat de Bijbel erover zegt’, ‘Laten we samen…’
    De kracht zit hem in dit geval in het samen doen.

Laat de jongere je zoektocht zien, laat zien hoe jij opzoek gaat naar antwoorden in het Woord.

Het is chaotischer en moeilijker wanneer je het op deze manier doet, maar het is het zó waard. Dit soort gesprekken maken dat jongeren zélf tot inzicht komen, zélf de boel beter gaan begrijpen, wat ten goede komt aan hun eigen geloof.
lees ook: ‘waarom jongeren de kerk verlaten’.


Dus…

Ik weet hoe makkelijk en fijn het kan zijn wanneer we de externe factoren in onze kerkelijke omgeving de schuld kunnen geven van het wegblijven van de jeugd. Dat zou namelijk betekenen dat we er niets aan kunnen doen.

Maar helaas is het niet de werkelijkheid.

Laten we alsjeblieft meer intern gaan kijken waar er gaten in ons jeugdwerk of kerk-zijn zijn ontstaan. Alleen op die manier kunnen we de boel weer gaan aanpakken en herstellen.
Laten we teruggaan naar Ekklesia. Laten we weer een gemeenschap gaan vormen, waar iedereen naar elkaar omziet. De ouderen naar de jongeren, maar ook andersom (lees hier meer over het dichten van generatiekloven in de gemeente)

Laat onze focus liggen op een gemeenschap die zich minder druk maakt over aanwezigheid, maar meer over discipelschap. Een gemeenschap dat minder bezig is met programmeren, maar meer met het opbouwen van relaties. Een gemeenschap dat niet zozeer gericht is op een gebouw en een tijd, maar meer op mensen en een manier van leven.

Lees ook het artikel: ‘Als een tiener niet meer naar je jeugdgroep komt

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.