Waarom de jeugd de kerk verlaat

3 redenen waarom jongeren de kerk verlaten

Het is zo tof om te zien dat het jeugdwerk in Nederland de laatste jaren meer en meer aandacht heeft gekregen. We zetten meer en meer in op getrainde jeugdleiders, doen een beroep op de roeping van mensen, we betalen ze als we dat kunnen, er zijn heel wat onderzoeken gedaan naar wat wel en niet werkt in het christelijk jeugdwerk, en we hebben tal van gespecialiseerde jeugdprogramma’s.

Helaas zien we daarbij ook dat veel kerken daarmee hun verantwoordelijkheid voor de jeugd bij een jeugddiaken, jeugdpastor of een andere ‘hooggeplaatste’ jeugdwerker hebben gelegd. Het resultaat daarvan is dat veel kerken de investering in tieners en jongeren naast zich neer hebben gelegd om zich meer en meer te kunnen focussen op andere gemeenteleden of ander gemeentewerk.

Uit internationaal onderzoek blijkt dat de belangrijkste redenen dat jongeren de kerk verlaten, zijn:

  1. Zich niet betrokken voelen bij hét kerk-zijn (een op zichzelf staande groep zijn)
  2. Het niet ervaren van relaties
  3. Het niet beantwoord krijgen van heersende vragen

Met andere woorden: ondanks dat het geweldig is dat we beter getrainde, geroepen, gespecialiseerde, betaalde jeugdleiders hebben, zien we de kloof tussen de algehele gemeente en het jeugdwerk steeds groter worden. En dit is precies wat funest is voor het geloof van jonge christenen.

Jongeren doorlopen de zondagsschool of een specifieke jeugdgroep en het enige wat ze zien en horen, is datgene wat tijdens de jeugdavonden gezegd wordt en de jeugdleiders die daar verantwoordelijk zijn. Ze kennen hun kerk niet; ze kennen de volwassenen in hun kerk niet.  Geen wonder dat ze wegdrijven van de kerk want dat is iets wat ze niet hebben leren kennen.

Maar wat is er dan nodig? Wat er nodig is om jongeren zich betrokken te laten voelen bij het kerk-zijn en hen de ervaring van relaties binnen de gemeente te geven is:

Een 5 op 1 benadering

In veel kerken wordt deze benadering gehanteerd in het kinder- en jeugdwerk. 5 kinderen op 1 leiding. Maar om de kloof te overbruggen zouden we 5 volwassenen op 1 kind of jongere nodig hebben. 

Idealiter, zouden er 5 mensen moeten bidden voor 1 specifieke jongere en interesse moeten tonen in zijn of haar leven.

Het is niet zo dat er 5 volwassenen 1 jongere moeten discipelen maar het gaat om 5 volwassenen die interesse tonen in 1 kind of jongere.

Hoe kunnen we dit bereiken?

Allereerst kunnen we dit doen door ouders op een creatieve manier in staat te stellen om hun eigen kinderen te omringen met een team van volwassenen. Zij kunnen zelf ook andere betrokken volwassenen aandragen. De sleutel is om ouders te motiveren en te trainen om een team van betrokken volwassenen te creëren. Op deze manier kunnen de jeugdleiders zich richten op jongeren waarvan de ouders niet betrokken zijn of dit niet kunnen.

Voor deze jongeren kunnen we andere volwassenen in de gemeente vragen wie zij kennen of met wie zij een bepaalde connectie voelen of aan de jongere vragen welke volwassenen zij kennen of met wie zij een bepaalde connectie hebben!

Bekijk ook dit artikel over verschillende manieren om de generatie-kloof in de kerk te dichten.

Waar te beginnen?

  • Kijk of je je visie kunt delen met andere jeugdleiders binnen je gemeente. Hoe meer draagkracht je krijgt hoe eerder je een beweging gaande kunt krijgen tot verandering.
  • Zorg dat je ouders mee krijgt en train ze. Vertel ze altijd wat je doet en waarom je het doet, bied dan pas bronnen en trainingen aan.
  • Vind alle jongeren die geen betrokken of toegankelijke ouders hebben. Praat met hen en kijk of je in kaart kunt brengen tegen welke persoon in de gemeente ze op kijken of wie zij graag in hun team hebben. Wees in deze gevallen zelf de drijfveer achter het opstellen van een team voor deze jongere.

Omgaan met vragen en twijfels bij jongeren

Twijfel is een veelvoorkomend ding bij jongeren. Toch is het niet perse een slechte zaak.

Wat wél schadelijk is, zijn de onuitgesproken of onontdekte twijfels of vragen. Wanneer jongeren de gelegenheid krijgen om hun vragen en hun twijfels te uiten of te onderzoeken, hangt dit vaak samen met een sterker en volwassener geloof.

Het zijn vaak de antwoorden op de moeilijke vragen die ons dichter bij God brengen; die ons geloof versterken.

Schadelijke gedachten, vragen of twijfels beginnen vaak al op jonge leeftijd. Als iets engs of verdrietigs gebeurd is het gebruikelijk voor een 8 of 10 jarige om dingen te zeggen zoals: ‘Ik snap niet waarom God deze aardbeving heeft laten gebeuren? Hij had het toch makkelijk tegen kunnen houden?’

En helaas gebeurd het maar al te vaak dat, goedbedoelde zondagsschool- of jeugdleiders het kind het zwijgen opleggen in plaats van dat er werkelijk een antwoord wordt gegeven op de vraag. Dit leert de kinderen dat de kerk niet de plek is waar zij antwoorden krijgen en dus ook niet bij God hoeven te zoeken voor antwoorden.

Leiders zouden bewust af en toe moeilijke vragen moeten stellen, om op deze manier een veilige situatie te creëren om eigen moeilijke vragen of twijfels te bespreken. Het is goed af en toe small-group avonden te organiseren waarin we in kleine groepjes uiteengaan om moeilijkere of diepgaandere kwesties met elkaar te bespreken.

De kerk en de jeugdgroep zouden de eerste plek moeten zijn waar jongeren zich veilig genoeg voelen om hun vragen te stellen en over hun twijfels te praten. En dit begint met ons, volwassenen.

Wij zouden onze twijfels en onze moeilijke vragen ook moeten durven te vertellen of durven te erkennen dat we af en toe worstelen met bepaalde delen van Het Woord. Dit laat aan de jongeren zien dat God groter is dan onze moeilijkste vragen en onze grootste twijfels. Het is oké dat je sommige dingen niet snapt, of bepaalde antwoorden niet weet.

De vijf meest krachtige woorden die je kunt gebruiken in het jeugdwerk zijn: 
‘Ik weet het niet, maar…’

Misschien heb je niet een pasklaar antwoord op de vragen die ze hebben, en dat is oké! Onderzoek het antwoord samen, of kom er later op terug.

Het slechtste wat je in zo’n geval kunt doen is niets.

Daarnaast zijn jongeren op hun best, en leren ze het meest, als ze het idee hebben dat ze zelf tot bepaalde conclusies zijn gekomen. We kunnen samen door Het Woord worstelen en hen vragen: ‘wat denk jij dat dit betekent?’ Het is chaotischer en moeilijker wanneer je het op deze manier doet, maar het is het zó waard. Dit soort gesprekken maakt dat jongeren zélf tot inzicht komen, zélf de boel beter gaan begrijpen, wat ten goede komt aan hun eigen geloof.

Dus…

Focus in je jeugdwerk op connecten en het werken aan relaties tussen de oudere en de jongere generatie. Schrap daarbij niet de diepgaande, small-group, avonden van je programma, maar geef hen tijd en ruimte om hun twijfels en vragen te bespreken. 
Als we hier onze focus op zouden leggen zullen we de statistieken zien verschuiven!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.